"Het betekent helemaal niks!"

'Videorhythmics' opnieuw te bewonderen in OPEK

De eeuwigheid zal hij er niet mee ingaan. Maar daar ligt Walter Verdin niet wakker van.

“Ik zou - net als mijn grote voorbeeld Brian Eno - willen dat er iets wordt uitgevonden dat meteen als je hart stopt met slaan, ook al je tapes vernietigt…” Dit weekend treedt muziekmaker en videokunstenaar Walter Verdin met oude getrouwen als Stoy Stoffelen, Geert Waegeman, Jan de Haas, Jan Cordemans en Frank Michiels nog eens op met het midden de jaren tachtig gecreëerde ‘Videorhythmics’. “Al wordt het veeleer een remix, dan een historische reconstructie”, waarschuwt Verdin.

De maat is vol!

We beginnen dit gesprek niet in 1983, toen Pas De Deux de Belgische popmuziekgeschiedenis inging met het redelijk absurde ‘Rendez Vous’ op het Eurovisiesongfestival. Maar wel een jaar later wanneer Verdin met een klap de deur dichttrekt van de commerciële popmuziek om met iets nieuw te beginnen, namelijk videokunst.

UiTinLeuven: Was dat een ingeving van het moment, of was je daar al langer mee bezig?

Walter Verdin: “Daar was ik al langer mee bezig…. Ik was al langer bezig met videotapes te maken… Mijn eerste videotape heb ik eigenlijk gemaakt in ’78 toen dat we een soort straatanimatiegroep hadden hier in Leuven. En dat heette Grasgroen. En we deden daar van alles mee: straattheater, dat was een beetje geïnspireerd op de kunstbeweging Fluxus. In die tijd was Radeis ook bezig met dat soort dingen en we hebben toen bijvoorbeeld in ’78 een animatie gedaan voor het Festival van Vlaanderen hier, eigenlijk waar het Klapstuk toen uit gegroeid is.”

“Maar in ’79 hebben we gedurende enkele weken een hele stadsanimatie gedaan en dat heette ‘Storingen’ en toen is daar de gelijknamige single ook uit voortgekomen. Dat was in combinatie met Radeis, die single, en dat was eigenlijk een grapje. Mijn soloplaat was toen pas uitgekomen, met onder andere Stoy Stoffelen die hier mee zal optreden…”  

“Om maar te zeggen dat ik vroeger ook al met video bezig was, en we waren ook bezig met theater en allerlei andere dingen… en video ben ik eigenlijk pas serieus mee begonnen toen ik mijn burgerdienst deed aan de ‘audiovisuele dienst’ van de KU Leuven.”

Ha, de legendarische AV-dienst van de KUL. Voor menigeen een opstapje naar (nog) mooier en beter…

“Inderdaad. Daar werd ik de eerste dag dat ik er was een camera in handen geduwd om een doktersonderzoek te filmen en van die zaken. En daarna begon ik te monteren, en dan heb je de sleutel tot de audiovisuele dienst, en dan kan je daar ’s avonds of na je uren beginnen werken aan je eigen dingen. Zo heb ik mijn eerste deftige video’s gemaakt. Dat was in 1980. Vanaf toen ben ik mijn eigen videokunst beginnen maken.”

“En ‘83 was ook het jaar dat er in Brussel, de Vlaamse videokunst een boost kreeg door de oprichting van de ‘Nieuwe Workshop’ waar toen een ex-gewetensbezwaarde van de AV-dienst van de KUL de leiding van nam. Frank Vranckx, nu Francis Vranckx geheten, was dat. Dat heeft de Vlaamse videokunst op de kaart gezet internationaal. Ik had toen al drie ‘Videotracks’ – zoals ik die noemde - die naar ‘Videorhythmics’ hebben geleid, en die dan zo ook in het originele concert werden opgenomen.”

Wat was het idee achter ‘Videorhythmics’ eigenlijk?

“Ik maakte eigenlijk gewoon ‘muziek’ of ritmes met video. Als je met video werkt, omdat we met tapes werkten waar beeld en geluid op samenkwamen, moest je die samenhouden tot op het einde van het proces. En dat is wat het verschillend maakt van film waar met sonorisatie wordt gewerkt en met een ‘klap’ gewerkt wordt gewerkt. En bij film komen de beelden op de pellicule en het geluid op de geluidsband. Maar bij video was dat samen van in het begin, en dat blijft samen in mijn producties tot op heden… Maar de montage was analoog. En het was kopiëren van de opnamebeelden naar de master, naar de montageband. Zo werd ook tv gemaakt, he.”

Glitches 

Stonden daar soms nog foutjes in? En vond je dat dan erg, of was je nogal perfectionistisch daarin?

“Ik was nogal perfectionistisch. En wij werkten - na verloop van tijd – met een soort computergestuurde montage. Waar je de frames kon invoeren, en zeggen ‘ik wil van daar, van die frame tot dat frame’, waarop je dan de ritmes kon invoeren. Ik ben nu wel tot de conclusie gekomen dat de analoge machines de computer niet altijd goed volgden. Omdat er soms een frame verkeerd gaat, één teveel of te weinig. Als de computer er niet was geweest, had ik dit soort video’s begin jaren ’80 niet kunnen maken.”

Waren die eerste computers dan al krachtig genoeg om al die data te berekenen?

“Dat waren computers die de grote bandrecorders en players stuurden, he. En die de timecode aflazen en die zeiden van ‘vanaf daar moet je erin, en van daar moet je de tapes nemen.’”

Wie was je grote voorbeeld daarin? Was dat iemand als Brian Eno?

“Neen. Eno heeft nooit zo’n dingen gedaan. Ik vind Brian Eno qua algemene kunstvisie interessant. En ik vond de installaties die ik van hem midden jaren 1980 heb gezien heel tof.  Maar dat ging dan vooral over video gebruiken als ‘licht’ en videoproducties en muziek maken.”

Had je dat dan zelf uitgevonden, of had je ook andere voorbeelden? Ik denk aan de ‘cut up’ techniek die bands als Cabaret Voltaire gebruikten om experimentele (dans)muziek te maken…

“Het zou kunnen. Ik weet het niet… Ik ben iemand die weinig naar andere mensen hun werk keek. Want achteraf werd er in artikels ook verwezen naar de experimenten die de kunstbeweging ‘Bauhaus’ had gedaan in de jaren 1920. Ik was me daar alleszins toen niet bewust van toen ik daarmee bezig was… Maar ik heb op de AV-dienst bijvoorbeeld ook aan de muziek van Pas De Deux zitten werken. Ik was daar bezig met bandloops en in die zin was het… Eigenlijk was ik met die video op dezelfde manier bezig als waarmee ik met mijn muziek bezig was. Het betekende voor mij helemaal niks. Die video’s zijn voor mij ook nooit verhalend geweest, of hadden niks te maken met film of verhalen. Ondertussen waren er wel andere mensen die hier in België en internationaal die video gebruikten om kortfilms te maken. Maar daar was ik niet in geïnteresseerd.  Wel in de techniciteit van video en in de korrel van de analoge video die nu helemaal anders is…”

Je hebt muziek en video altijd op dezelfde niet-verhalende manier behandeld, zeg je. Maar ik las in het persbericht naar aanleiding van de herneming van ‘Videorhythmics’ wel een kleine verwijzing naar een Susan Sontag-citaat, namelijk “we need an erotics of art.”

“Ik heb dat citaat zelf gekozen. Het is de laatste zin van haar essay ‘Against Interpretation’ (1966) een tekst waar ik volledig achter stond. Ik las ook het einde van haar tekst voor in een van de video’s en dat zit dus ook in ‘Videorhythmics’. Het gaat er eigenlijk over dat de kunst geen uitleg nodig heeft maar voor zichzelf moet spreken. En dat het sensitieve - en daardoor het sensuele (en erotische) aspect van – oftewel het ervaren van kunst, door het uitleggen wordt teniet gedaan. Je moet dus de kunst niet uitleggen, maar gewoon met onze ogen en oren, smaak, en geur - met al onze zintuigen - de kunst ten volle tot ons laten komen. En pas dan kan de kunst ten volle spreken.”

Bijna een ‘adagium’. Iets waar je jezelf nu nog kan achter scharen?

“Ja, tot op heden zelfs.”

Verder hou je er dus niet van dat men teveel betekenis achter je kunst gaat zoeken. Een hoog ‘What You See Is What You Get’-gehalte dus, of ‘What You Hear Is What You See’ ook. Niet?

“Ja, maar dat is dan door het feit dat ik ‘oog’ en ‘oor’ gelijkstel. Muziek als video zie en video als muziek. Het synesthetische, eventueel zo je wil.”

Ik herinner me dat ik als 14-jarige Videorhythmics zag op televisie op ‘Kunstzaken’ op de BRT. Ik was direct enthousiast. Maar ik heb dat toen nooit echt ‘live’ gezien toen, want te jong. Nu is er wel een tendens om nostalgisch terug te kijken naar de jaren tachtig. Een echte hype zelfs: merk je daar iets van?

Ja, ik merk toch dat er zelfs dertigers (die in de jaren 1990 geboren zijn, dus) geïnteresseerd zijn in wat er in die tijd gebeurde. Maar échte jongeren van 18, of zo? Dat weet ik niet! Ik denk wel aan mensen als Ziggy (Devriendt, wja) van STROOM - die zal net tegen de dertig zijn - bijvoorbeeld. Hij benaderde me vorig jaar om mijn oude solo-werk voor theater ‘Voor Adeline’, uit te brengen als LP. En natuurlijk ook aan de mensen van Minimal Wave Records uit New York die in 2011 een plaat van Pas De Deux hebben gereleaset op hun label.”

Heb je als je terugkijkt niet wat spijt van zoveel passie en werkuren te hebben gestoken in videokunst en installaties die heel erg tijdig, en dus vluchtig zijn…?  

“Mijn eigen werk, videokunst dus, terwijl dat de eerste jaren nogal ‘single screen’ was, ben ik ook vrij vlug ‘concerten’ beginnen doen. Met de concerten van ‘Videorhythmics’ ben ik moeten stoppen omdat het te duur was toen, en dus ook onverkoopbaar. En dan ben ik beginnen installaties te maken, ook nogal snel, omdat mijn tapes enkel tot hun recht kwamen, vond ik, als ze in de meest optimale omstandigheden werden getoond. En op festivals was dat niet altijd zo. Installaties zijn ook ongelofelijk duur. Enkel als ik ervoor werd uitgenodigd en dus de kosten niet op mij moest nemen, deed ik dat.”

“In die zin, het is in ieder geval heel vluchtig. Ik zit met een groot probleem en dat is dat alles zo vlug mogelijk moet gedigitaliseerd worden want mijn ‘master tapes’ beginnen uit elkaar te vallen en ik heb er een aantal waar ‘drops’ in zitten en die dus moeilijk te restaureren gaan zijn. 10-15 jaar geleden kon ik die nog makkelijk afspelen en nu is de emulsie van die tapes helemaal weg aan het gaan. Dus dat zou zo vlug mogelijk op harde schijf moeten kunnen worden bewaard.”

Tot daar over de (on)eindigheid van kunst. En met je muziek, is er daar hetzelfde probleem?

“Ja, ik heb heel wat muziek die nog niet uitgebracht is. Maar ik weet niet of dat belangrijk is. Hetzelfde voor mijn video’s. Ik weet niet of dat per se allemaal bewaard moet worden. Wel zolang ik leef, maar nadien weet ik niet of dat nog zo belangrijk is.”

History repeating 

Dus je wilt als kunstenaar niets doorgeven na je leven? Of is het net de eindigheid die ons dwingt om creatief te zijn? Of is dat té filosofisch…?

“Neen, ik weet dat niet. Daar denk ik niet over na (lacht). Ik heb ooit een interview met Brian Eno gezien op YouTube waarin hij zegt dat hij nog heel wat muziek heeft liggen in een opslag en hij twijfelde eraan of dat dat allemaal moet bewaard worden. Er zou iets moeten uitgevonden worden, zegt hij, voor dat wanneer je hart stopt met slaan, al je tapes worden gewist. Dat vind ik een mooie metafoor… Ik vind dat er heel wat mensen leven om in de geschiedenisboekjes te geraken. Maar wat heeft een mens daaraan? Of wat heeft de ‘mensheid’ daaraan, eigenlijk?...”

Je hebt zelf (kandidatuur) kunstgeschiedenis gestudeerd en hebt dan al vlug zelf de praktijk opgezocht. Was dat omwille van die reden? Dat je de ‘geschiedenis’ van de kunst toen al relativeerde?

“Mja, in kunstgeschiedenis ben ik vooral gedesillusioneerd geworden door het feit dat we in de kunstgeschiedenis, enkel de geschiedenis van de bovenlaag van de bevolking te weten kwamen, en dat dit de geschiedenis van de mensheid bepaalt. Maar we weten niet wat er in de lagere lagen gebeurde. En dat is nu net zo. Uiteraard ben ik geïnteresseerd wat er gebeurt in de bovenste lagen, maar er is toch ook zoveel meer dan dat... We zetten als samenleving in op onze topkunstenaars. Anne Teresa (De Keersmaeker, wja) krijgt miljoenen om haar kunst door te geven via haar school bijvoorbeeld. We zitten met een aantal kunstenaars die bovenaan de ladder zitten en dat is enkel en alleen door het feit dat ze de ‘relaties’ hebben en hun ondernemerschap hebben kunnen uitbouwen… Ja, ook Jan Fabre. Maar dat is een ander verhaal… ”


"We zitten met een aantal kunstenaars die bovenaan de ladder zitten en dat is enkel en alleen door het feit dat ze de ‘relaties’ hebben en hun ondernemerschap hebben kunnen uitbouwen… "

Walter Verdin

Dat zogenaamde ondernemerschap bij kunstenaars wordt ook gestimuleerd zogezegd…

“Ja, door de gemeenschap en de politiek. En dat vind ik heel gevaarlijk. Ik ontvang op dit moment geen structurele subsidies meer voor mijn werk… In het verleden wel, maar nu niet meer! Nu heb ik voor dit project (Videorhythmics, wja) wel wat steun van de Vlaamse gemeenschap gehad en van de stad Leuven. Het nieuwstedelijk geeft deze ruimte gratis voor een hele week om te kunnen repeteren en op te treden.”

Het is een intens maakproces- met loodzware repetities en technische issues. Je zei daarstraks zelf al dat je heel moe bent…

“Ja, ik moet alles zelf doen. Dat maakt het vooral intens, dat je geen structuur hebt rond je …”

Kunst is ook heel erg vermarkt, zeg je. Wat de Franse socioloog Bourdieu ooit als het ‘symbolisch kapitalisme’ omschreef, daar zitten we nu volop middenin, lijkt me. Maar hoe geraken we daar weer uit? Door terug te grijpen naar de DIY (Do It Yourself) spirit van de jaren 1980?

“Ik zie dat toch niet in de jaren 1980. Want volgens mij is er heel wat kapotgemaakt in die tijd. Economisch gezien toch, in de Reagan/Thatcher-periode. En daar dragen we nog altijd de gevolgen van. Dat sommige kunstenaars daar op hebben gereageerd toen, lijkt me evident. Maar ik zie dat niet zomaar terugkomen, nee. Je hebt wel evengoed ‘tegenbewegingen’ nu zoals de ‘community’ en de burgerbewegingen en zo. Dat staat tegenover het establishment. Maar de politiek en de elite blijven altijd van boven zitten. Er komt wel een groep van mensen die daar tegen ingaat. Dus krijg je de participatieve kunsten en de gemeenschapskunst en zo die veel belangrijker worden nu. Maar het is heel moeilijk om te vergelijken tussen wat er nu in de kunsten of in de cultuur en in de maatschappij gebeurt en wat er toen gebeurde. Wat er in de jaren 1970/1980 was, is helemaal anders dan nu…”

W.W.W.! 

Door het internet vooral! Heb je daarvan zelf al gebruik gemaakt als platform?

“Ook ja. Ik heb bijvoorbeeld een installatie gemaakt die op het internet te bekijken is: ‘Sliding Time’ heb ik gemaakt voor de tentoonstelling rond (de Vlaamse Primitieve schilder, wja) Rogier van der Weyden. Dat was bij de opening van M. Toen de expo afgebroken werd, heb ik beslist om die installatie op het internet te laten voortbestaan. In die zin heb ik wel al iets gedaan op internet.”

“Ook van ‘Title Safe’ heb ik een internetversie gemaakt. Maar dat is intussen achterhaald, want het is al meer dan 10 jaar oud. Maar die filmpjes kan je wel nog altijd afspelen. Dat was een project waarbij ik andere kunstenaars filmpjes liet maken waarmee ik dan een concert mee deed. Daar is ook een dvd-box van. Er hebben daar toen heel wat mensen aan deelgenomen, waaronder bijvoorbeeld Harald Thys en Jos De Gruyter (die nu in Venetië op de Biënnale zitten), Fien Troch, Nicolaas Provost, enzovoort… .”

Wat ik vaak terugzie bij jou, is dat je het ‘live’ aspect van optreden of het geven van concerten erg belangrijk vindt. Ook nu weer treed je met ‘Videorhythmics’ op met live muzikanten in een zo goed als originele cast…

“Het is eigenlijk een samenraapsel van mensen die vroeger al met mij hebben samengewerkt in andere concerten. Maar ik vind concertervaring wel belangrijk. Installaties in musea vind ook heel interessant om te doen… Maar deze voorstelling is geen historische reconstructie, veeleer een remix van het concert van toen.”

Je was jarenlang ‘huisvideomaker’ van het ter ziele gegane Klapstuk-festival. Je hebt ook heel wat video’s gemaakt met en voor choreografen. Wat vond je zo interessant aan (hedendaagse) dans?

“Dans is voor mij – omdat daar ook het ritmische en het lichamelijke in samenkomen. Als videomaker of registreerder is dat een fantastische materiaalbron, een danser. Tegenover iemand die een tekst zegt, dan heb je automatisch al een inhoud die bepalend is en bij een danser niet. En ik ben toevallig daarin gerold… Chris Dercon (de Belgische internationaal vermaarde cultuurmanager, wja) heeft mij ooit in 1985- 86 gezegd ‘Walter, jij moet met dans werken’.

"Dan is die vraag gekomen van de voorloper van het Kunstenpunt, dat toen nog het VTC heette, en daarna het VTI (Vlaams Theater Instituut) werd. In 1989 hebben die een videofilm gemaakt ter promotie van de Vlaamse dans en aan die videotape hebben ze vijf choreografen gevraagd om samen te werken met vijf videokunstenaars. Die tape heette ‘Pas de Danse’ en daar hebben ze me toen gekoppeld aan Anne Teresa De Keersmaeker. En zo is het wel beginnen rollen, eigenlijk. Daaruit is dan de ‘Monoloog van Fumiyo Ikeda op het einde van Ottone, Ottone’ ontstaan, ook uit 1989, de videotape die ik samen met Anne Teresa heb gemaakt. Dat is eigenlijk een van de beste dansvideo’s die ik ooit gemaakt heb. Daar ben ik nu nóg trots op. Net als ‘Cardiocleptomanie’ (een culthitje van Pas De Deux,wja) overigens. Maar jammer genoeg heb ik er niet echt de vruchten van mogen plukken…”

Je bent ook heel actief geweest de laatste tijd in Afrika, in Mozambique meer bepaald. Hoe kwam dat?  

“Al van begin jaren 1990 ben ik naar Afrika gereisd, samen met Frank Michiels die ook meespeelt bij ‘Videorhythmics’ nu. Hij is percussionist geweest bij Clouseau onder andere ook. En ook bij Pas de Deux… Die was etnomusicologische studies aan het doen en zou een doctoraat gaan schrijven over de djembé muziek in West-Afrika. En ik ben met hem naar ginder getrokken en heb heel veel opnames gemaakt in Ivoorkust van Afrikaanse ritmes. Daarmee heb ik in 1996 een videoconcert gemaakt: ‘Ex*Afrika’. Iemand van de ambassade van Mozambique had dat gezien en vroeg een videotape van het concert. Waarop ik mijn stoute schoenen aantrok en zei dat we dat ding ook wel live konden gaan spelen in Maputo. In 2005 ben ik dan effectief de verkleinde versie van ‘Ex*Afrika’ gaan spelen daar. Dat had veel succes…”

Mgodo Tracks

“Toen ben ik al vlug in contact gekomen met een danser daar en ook met een muzikant omdat we instrumenten nodig hadden. Dan heb ik subsidies gevraagd om samen met die mensen projecten te doen. Dat is niet gelukt in eerste instantie, dat was net de periode waarin ik geen structurele subsidies meer kreeg van de Vlaamse overheid. Ook mijn projecten werden afgekeurd. Je ligt in de markt, of je ligt er niet in… Toen heb ik samen met die persoon van de ambassade workshops gegeven daar. En daar hebben we dan een beetje geld voor losgekregen van ‘ontwikkelingshulp’ om daar te gaan werken met video en dansers. En zo ben ik daar eigenlijk ‘thuis’ gekomen, en ik ben er ondertussen elf keer geweest. En een aantal projecten mee samen gedaan. Het laatste was ‘Mgodo Tracks’ hier in Leuven in de 30CC/Schouwburg en we hebben toen gerepeteerd in Cas-co, met vijf Afrikanen.”

Centraal in ‘Mgodo Tracks’ stond de ‘timbila’, een soort xylofoon die een zoemend en hypnotisch geluid voortbrengt. Was je toevallig op zoek naar nieuwe geluiden?

“Nee, niet speciaal. Maar ik kwam daar toevallig die mensen tegen die dat instrument bespeelden en die me meenamen naar een oude meester op een 300-400 kilometer van de hoofdstad. Dat ben ik direct beginnen filmen enzovoort. Ik vond dat interessant omdat dat muziek is die niet direct verhalend is, maar vooral werkt op de ‘trance’…”

Trance is een belangrijk element van de ‘dance’ cultuur. Heb je ooit een concert gegeven in een discotheek?

“Ja, de creatie en première van de originele ‘Videorhythmics’ vonden plaats in 1985 in een discotheek in Brussel, de ‘-EX’ geheten. Dat is dan later ‘Le Beau Bruxell’ geworden (met Gust Decoster als uitbater/eigenaar, wja)… We gingen in de jaren tachtig zelf wel eens dansen in nog andere discotheken. Maar de namen daarvan ontschieten me nu... (wordt stil).”  

De cirkel is dus bijna rond?

“Hm, ja. In 1993 of zo heb ik in een interview de videokunst al dood verklaard. Toen moest de grote technologische vernieuwing, die dan tot de mediakunst zou leiden, nog komen. Maar daarin werd en wordt nog vaak het publiek vergeten. Dat heb ik altijd belangrijk gevonden. Ten bewijze ook weer het volgende concert dit weekend. Maar ik heb nog veel werk… (zucht).”

Bon courage! En succes ermee…

(WJA)

Walter Verdin - Videorhythmics  | vrijdag 28 juni en zaterdag 29 juni om 20.30 uur | OPEK (grote zaal) | € 15 (ter plaatse te betalen - reservatie aanbevolen via videolepsia@videolepsia.com)


Repetitie van 'Videorhythmics' in OPEK

Repetitie van 'Videorhythmics' in OPEK

Geschreven op: 27 juni 2019 in: kijken en luisteren
Geschreven door: Wilfried Jans

Praktisch

vrijdag 28 juni 2019
OPEK | Leuven
Waar
OPEK
Leuven
Wanneer
vrijdag 28 juni 2019 van 20:30 tot 22:00
zaterdag 29 juni 2019 van 20:30 tot 22:00
Prijs
15 euro
Organisatie
Videolepsia